Het schaarsteprincipe

Gepubliceerd op 29 juli 2026 om 11:52

Hoe onbereikbaarder, hoe begeerlijker.

Nee, het gaat niet over vrouwen. Hoewel...dat weet ik niet zeker. Het gaat over orchideeën en daarvan heeft elke individuele bloem zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtsorganen. Dus zeg het maar.

Orchideeën zijn fascinerend. Althans, hun ecologie fascineert mij. Voor kieming zijn obligaat schimmels nodig. Weten we nauwelijks iets van. Ook tijdens groei en bloei is er samenwerking met schimmels. Beginnen we pas te begrijpen. Bestuiving is vaak uiterst geraffineerd. In veel - niet alle - gevallen zijn de eisen aan de groeiplaats hoog en uiterst specifiek.

Ik verzamel dus ook Europese orchideeën. Op een lijstje. Een voor mij handige manier van leren. 

Er zijn ook mensen die orchideeën letterlijk verzamelen. Hoewel dat gezien de complexe ecologie van de soortgroep een volstrekt zinloze bezigheid is, worden nog steeds orchideeën uitgestoken om ze in tuinen te zetten. Zo zijn we in Nederland in het verleden ook soorten definitief kwijtgeraakt; het laatste exemplaar werd verzameld. Ze worden ook verzameld om er iets als Sālep van te maken. Kortom: informatie over groeiplaatsen ligt begrijpelijkerwijs niet voor het oprapen. Dat is niet erg. Ook puzzelen is in die context alleraardigst. Al is die krampachtigheid ook wat zinloos: alles is te vinden. En net zoals fotografen mooie plekjes alléén delen met hun beste vrienden, die dan weer... zal dat met orchideeënverzamelaars niet anders zijn ben ik bang. 

Maar goed, mijn lijstjes. Voor elke vakantie probeer ik iets te vinden dat er nog bij kan op een lijstje. Voor de leuk. Zo ook onze 'last minute' naar Oostenrijk. Daarbij viel mijn oog op Dwergorchis (Chamorchis alpina). De kleinste orchidee van Europa en een monotypisch geslacht. Dus niet zo'n zooitje als Dactylorhiza, waar mensen - is mijn overtuiging - maar soorten en hybrides blijven zien die er niet (kunnen) zijn (en daarvoor vooral geen bewijs leveren) waardoor het serieus ingewikkeld wordt, de taxonomie.

Bovendien is het een van de weinige Europese orchideeën met grasachtige bladeren. En een van de weinige die vooral bestoven wordt door lopende insecten, met name mieren. Dat heeft te maken met de groeiplaats: in de volle zon, op winderige, kalkrijke plaatsen hoog in de bergen. Die wind zorgt ervoor dat de sneeuwbedekking in de winter niet te groot is. Hierdoor warmt het relatief snel op, wat ook handig is voor de mieren. Tegelijkertijd zorgt de wind er óók voor dat (kleine) vliegende insecten het er moeilijk hebben. Zie daar de 'keuze' voor een andere bestuiver. Een andere orchidee die in vergelijkbaar habitat kan groeien - Groene nachtorchis (Dactylorhiza viridis) - doet het ook

Tegelijkertijd groeit de soort bijna altijd samen met Dryas octopetala, een plant die mij altijd weer terugbrengt naar Finland. Het ligt voor de hand om te denken dat Dryas via mycorrhiza een relatie aangaat met Dwergrochis, maar daar is eigenlijk geen bewijs voor. Veel eerder is Dryas de plant die voor een geschikte abiotiek zorgt voor een range aan andere planten uit dezelfde gemeenschap. In de bergen is het juist de groeiplaats die het schimmelnetwerk bepaalt, terwijl de planten die er groeien nauwelijks exclusieve relaties met schimmels aangaan. Kortom: we weten er eigenlijk nog niks van. 

Tot zover het voorwerk. Inmiddels wilde ik de soort - begrijpelijkerwijs, denk ik? - wel graag zien. Zelf de groeiplaats ervaren. Zelf de soortensamenstelling zien. Wie weet zelfs wel de mieren!

Dat leek ook te kunnen waar wij op vakantie gingen. Maar het geschikte habitat is nogal specifiek en zit nogal hoog. Wat ik vond aan opties, lag langs klettersteigen. Daarmee heb ik geen ervaring. Bovendien is een kleuter mee en heeft het thuisfront hoogtevrees. Hoewel ik de risicoformule graag aanpas naar risico = (kans * gevolg) / verlangen, raakte de soort toch langzaam buiten bereik. De begeerte nam echter toe. Het schaarsteprincipe trad in werking.

Dwergorchis (Chamorchis alpina), juli 2026, Oostenrijk

Ik vond één plek waar de soort bijna 20 jaar geleden eenmalig was gemeld. Die plek lag ongeveer langs een wandeling die we al eerder maakten. Een fantastische wandeling, bovendien. Rijk aan bloemen, rijk aan orchideeën, rijk aan vlinders. Een beetje zoals je Alpengraslanden voor je ziet. Maar: de laatste keer bereikten we de top niet en nu moesten we voor het geschikte habitat blijkbaar nog net iets verder. 

De wandeling ging veel soepeler dan de vorige keer, maar zag er ook héél anders uit! De bloemenweides uit onze herinnering waren onder handen genomen door koeien. De orchideeën meest uitgebloeid. Nauwelijks vlinders. Ook hier was het warm geweest, blijkbaar, al waren we ook een ruim weekje later. Op fenologie kun je moeilijk plannen.

Maar het thuisfront én de kleine man stapten vrolijk de berg op. Heerlijk gezicht. Vol energie bereikten we het punt waar we eerder keerden en met gemak liepen we door. We kwamen hoger en opeens waren daar dan toch nog enkele bloeiende exemplaren Zwarte vanilleorchis (Gymnadenia rhellicani), waar het eerder vol mee had gestaan. Mooie bonus! En mooi om te zien wat hoogtemeters doen met fenologie. 

Op de top hoefden we alleen nog maar een karstplateau over. Nog 500 relatief vlakke meters tot het potentieel geschikte habitat. De diepe kloven en kale kalkrotsen op het plateau waren teveel voor de hoogtevrees. We besloten dat ik alleen doorging, met de kleine man op mijn rug. Dat is, ondanks de begeerte, toch ook wel met een beetje tegenzin. Samen zien is leuker dan alleen.

Voor de klim het plateau uit, maakte ik de risicoanalyse opnieuw. Blijven nadenken is onder groeiende begeerte erg belangrijk, zeker als het niet alleen over jezelf gaat. Je wilt niet die toerist zijn die ze van de berg moeten komen halen toch?

Eenmaal van het plateau af stonden we op een smal kammetje waar bijna niets dan Dryas groeide. Zou het? De eerste twee bultjes en hellinkjes waren 'leeg'. Zou het niet? Ik had nog zo'n 100 meter tot de historische groeiplaats toen ik plotseling 'iets' zag tussen de hier net wat ijlere Dryas. Geen idee wat het was dat mijn aandacht trok eigenlijk. Even de kleine man waarschuwen voor de duik. Maar daar stond ze. In veelvoud! Samen telden de klein man en ik 19 stuks Dwergorchis. 

En wat een mooi frêle plantje is het! En klein! En typisch! En wat een bijzondere groeiplek. Wat mooi! Zeker de moeite en een echte aanrader. En een leuke puzzel. Mieren hebben we overigens niet gezien.

En hoewel we later elders nog allerlei gave vlinders zagen en zeker ook heel gave vegetaties (mét Dryas), zijn we Dwergorchis nergens meer tegengekomen. Daardoor blijft het héél exclusief voelen allemaal. Een voorrecht. Precies hoe het schaarsteprincipe wordt uitgebuit in reclame en door exclusieve merken. Al hebben we er zeker ook wel wat voor gedaan, natuurlijk.

Dwergorchis (Chamorchis alpina), juli 2026, Oostenrijk