Het noorden van de wereld. Ik heb er iets mee. Ik weet niet wat, maar het is er. Het trekt aan mij. Andere op papier fantastische vogelbestemmingen als Azië, Afrika of Zuid-Amerika doen dat niet of nauwelijks. Veel soorten uit het noorden zijn ook werkelijk fantastisch: Stellers eider (Polystica stelleri), Koningseider (Somateria spectabilis), Brileider (S. fischeri), Sperweruil (Surnia ulula), Laplanduil (Strix nebulosa), Ivoormeeuw (Pagophila eburnea) en ga zo maar door. En natuurlijk: walvissen.
Dus toen 17 januari een Beloega (Delphinapterus leucas) werd gezien voor de kust bij Julianadorp vond ik dat héél gaaf. Het is een tot de verbeelding sprekende walvis die ik al onthouden heb sinds mijn allereerste dierenencyclopedie. Die heb ik er trouwens ook weer eens bij gepakt. Wit, bijzonder hoofd, onbereikbaar. Ook de Beloega komt van nature voor in het noorden. Niet dat ze nooit verdwalen. Maar zeldzaam is het wel: 1966 en 1984 in Nederland. En nu dus, 2026. Uit dezelfde hoek als Brileider en Pacifische parelduiker (Gavia pacifica) in 2025. Je zou er een patroon in kunnen vermoeden,maar het zal volstrekt willekeurig en ongerelateerd zijn.
Beloega (Delphinapterus leucas), 18 januari 2026, Julianadorp. Foto: Vincent Legrand
Hoewel ik géén lijst van zeldzame zoogdieren bijhoudt, trok het tóch. Maar de kleine man was erg ziek, zelf waren we er ook wel eens beter aan toe en er moest gewoon veel gebeuren. Maar op mijn verjaardag was de agenda nog leeg. Een collega belde of het leuk was om er over een flinke tijd - ik dacht twee weken - naartoe te gaan, die Beloega. Dat was genoeg. Ik nam mijn verjaardag vrij. Een van de cadeaus - misschien wel het grootste - werd een dag vrij om de Beloega te zoeken.
Het is een flinke rit vanuit het zuiden en het was verrassend druk onderweg voor een woensdag. De hele rit was de Beloega niet gemeld. Onwillekeurig drong zich de gedachte op dat ik nog geen heel goede relatie had met het twitchen van zoogdieren. De Walrussen (Odobenus rosmarus) van 2021 en 2022 probeerde ik wel, maar kreeg ik niet. Die van 2021 zat ook in deze hoek, bedacht ik, maar bleef de dag dat er tijd was om te gaan de hele dag uit beeld in de marinehaven liggen slapen. Zo bleek achteraf, overigens. Zo gebeurt er altijd wel iets om zo'n rit onrustig te maken.
Maar goed, de Beloega was nog niet gemeld. Ook niet toen ik er bijna was. Het leek mij handig om dan in het midden van het twintig kilometer lange stuk kust dat hij tot nu toe gebruikte te gaan staan. Het was helder en het zicht was goed. Mijn collega sloot later aan en samen stonden we een paar uur te turen totdat onze tijd op was. Wel leuke zeevogels en zeehonden, géén Beloega. "Zul je zien,", grapten we, "zijn we net bij Alkmaar, wordt hij gevonden.".
En zo geschiedde. We waren weer net boven Alkmaar toen het piepje kwam dat de Beloega gezien was. Een heel stuk zuidelijker dan ons uitkijkpunt. Wat te doen. Balanceren tussen zieken thuis en kinderen halen van de opvang. Het zou nét moeten kunnen, mits de files meevielen. Omdraaien dus. Bij het eerste beste stoplicht. Het hele 'denkproces' duurde minder dan 30 seconden overigens, want we reden net op dat eerste stoplicht toe toen het bericht kwam.
Terugrijden. Parkeren. Lopen. Aankomen. "Hij is al een tijdje weg. Maar hij komt vast weer!". Right.. . Met name mijn collega zat erg krap vanwege de opvang, maar we wilden toch wel even wachten. Dichterbij waren we nog niet geweest vandaag.
Kijk, als je eenmaal besluit om van huis te gaan voor een soort, om het even welke, dan is het hek van de dam. Dan wil je hem natuurlijk hebben ook. Er volgt een drive waarvan je niet wist dat je hem had en een verlangen naar iets waarvan je niet wist dat je er verlangen naar kon hebben. Een Beloega, bijvoorbeeld.
De tijd verstreek en we stonden tegen de zon in over een glinsterende zee te kijken. Dat helpt écht niet als je probeert een witte rug tussen de golven te zien. Ellende dus. De Beloega werd op een gegeven moment wel gezien, leek, maar wij konden hem niet vinden. We besloten een paar honderd meter zuidelijk te lopen, zodat we in ieder geval het licht mee hadden en iets aan kleurcontrast.
Vanaf die plek werd de Beloega vrijwel direct, dichtbij gezien. Mijn collega viel meteen met de neus in de boter. Ik keek er eerst nog een paar keer overheen. Maar toen: dáár was hij. Wit. Zeker. Gespierd! Glijdend door het water. En net voor bijna elke duik een heel klein wolkje 'spray' net boven het water. Fantastisch. Heel erg mooi om naar te kijken. Af en toe waren we hem weer kwijt. Onder water kijken lukt immers niet en zo lang was hij nooit boven water. Een keer of tien, vijftien zagen we de Beloega door het water glijden. De kop kregen we niet te zien.
Hoe je daar foto's van maakt? Géén idee! Ik kan dat (nog) niet of ik ben er al te traag voor.
Maar het was écht tijd om naar huis te gaan. Opvang, zieken thuis. Het bleek bovendien een héél drukke avondspits en de A27 was, zoals gebruikelijk, spelbreker. Veel te laat naar mijn zin kwam ik thuis. Maar de Beloega, die was écht fantastisch!
Maak jouw eigen website met JouwWeb