Het kwam toevallig voorbij. Op Facebook, het medium dat blijkbaar alleen 'oude mensen' nog gebruiken. De Nederlandse Verenging voor Libellenstudie kondigde, in samenwerking met EIS Kenniscentrum Insecten, een excursie aan voor Rivierrombout (Stylurus flavipes). Het trok me wel. Het was alweer jaren geleden dat ik er een zag en die waarneming staat nu niet in mijn top tien van meest tevredenstellende libellenwaarnemingen die ik ooit deed. Zoals zo vaak had ik de camera nog in mijn tas en was ik dus te laat voor een foto. Omdat ik een foto wilde maken, had ik ook eigenlijk ook te kort gekeken. Zo gaat het vaker. Niet kiezen is niets hebben. Het is bovendien een soort waarvoor ik niet snel op herhaling zou gaan. Je moet op plekken zijn waar in de voor de soort juiste tijd nauwelijks iets anders te zien is. En die Rivierrombouten zijn zeker niet gegarandeerd. Grote kans dus, dat je 'niks' ziet.
Na overleg met en een verbaasde blik van het thuisfront meldde ik mij aan. Er bleek zelfs nog plek. Hoewel een totaal gebrek aan rustig weer was voorzien, ging de excursie toch door. Toen ik ruim op tijd op de afgesproken plek aankwam, regende het. Veelbelovend was het allemaal niet. Het bleek overigens exact dezelfde plek waar ik de soort voor het eerst en het laatst zag. De groep was prettig klein: zes mensen en de excursieleider.
En dan begint het afzoeken van de strandjes tussen de kribvakken. Naar huidjes, naar larven, naar imago's. Dat is ingewikkelder dan het lijkt. Er ligt nogal wat op zo'n strandje. Takjes, aanspoelseltjes, steentjes, beestjes. Allemaal onttrekt het larven en huidjes aan het oog. Zeker aan het niet zo verschrikkelijk geoefend oog.
Rivierrombout (Stylurus flavipes), 13 juni 2026
Het eerste strandje leek leeg. Het tweede strandje ook, totdat de excursieleider net even dat plekje meepikte waar de kudde voorbij gelopen was. Een vers imago. Nog aan het opdrogen, dus weinig mobiel. Dat was boven verwachting! Althans, mijn verwachting. Nu was ook goed te zien dat de harde wind toch wel lastig voor ze was. Het was voor dit mannetje lastig om te blijven zitten, laat staan rechtop te blijven zitten in de rukkende wind. Per toeval leverde het een - vind ik - gaaf beeld op. Niet veel verder vond ik zelf een tweede in de pootafdruk van een koe. Koeien voeren het 'beheer' uit daar, samen met de rivier. Deze was nog korter geleden uitgeslopen en had het óók niet makkelijk. Zouden ze nog kunnen omdraaien als ze eenmaal besloten hebben om uit te gaan sluipen?
Ik was dik tevreden, maar we zochten verder. We waren er toch. Niet veel later vond iemand een huidje in het natte zand. Daar kon het niet wegwaaien. Ik verwonderde mij er weer eens over dat zo'n hele libel uit zo'n klein huidje kan kruipen. Dezelfde verwondering heb ik bij (nacht)vlinders, kevers et cetera, maar het bijzondere aan libellen vind ik dat er geen 'rustperiode' tussen zit. Ik bedoel: als een rups verpopt, gebeurt er eerst een hele tijd niets, waarna de vlinder tevoorschijn komt. Bij libellen kruipt de larve actief aan land, scheurt uit zijn huid en gaat verder als libel. Van het ene functionerende lichaam in het andere. Naadloos. Bijzonder.
Het derde strandje hebben we niet gehaald. Omdat de excursieleider de gelegenheid aangreep om ook een telling te doen en daar uitleg over te geven, kwam het dat hij nog vier minuten op het strandje moest doorbrengen voordat hij door mocht. Hij moest dus een extra lusje maken. Verder kwamen we niet meer, want hij vond een larve die nét uit het water was gekomen en het strand op bewoog. Een heuse uitsluiper! Dat had ik nog nooit gezien. Wat een geluk.
We volgden de larve op zijn weg en bleven kijken toen hij niet meer verder liep. Na maximaal vijf minuten - heel precies heb ik dat niet bijgehouden - scheurde het huidje net boven de vleugels open en kwam de rug tevoorschijn. Daarna de kop en de poten. Daarna het achterlijf. Na een korte pauze drukten de achterste poten het huidje van het achterlijf en lag een wat verfromfraaide Rivierrombout op het zand. Het duurde maar 12 minuten! Ja, dat hebben we wél precies getimed. Maar wat gaaf. Ik vond het fantastisch. En zo kwam het, dat ik mijn eerste serie ooit maakte. Van een uitsluipende Rivierrombout (zie onderaan).
Ook hier was de wind lastig. Hij (want dat was het) waaide steeds om. Het leek alsof hij recht probeerde te komen, maar het zou ook kunnen dat al dat bewegen nodig is om het vocht uit zijn achterlijf te verplaatsen naar de andere cellen om zich zo 'op te pompen' tot de uiteindelijke afmeting. De vleugels gingen het hardst. Ook het meest risicovolle onderdeel, leek mij, die vleugels. In de wind klapten ze steeds over de voorrandader om. Dat is toch wat je als libel nodig hebt, vleugels. Zonder dat, waren die jaren onder water in wezen voor niets. Je gaat immers niet mee kunnen doen om de partners en wordt simpelweg opgegeten.
Want het imago is alleen nodig voor de voortplanting, meer niet. Paar weken, maximaal. Het begin van het einde, als het ware. Nee, het larvale stadium, daarin brengen libellen de meeste tijd door. Tot wel zeven jaar, in geval van hoogveensoorten. Twee jaar voor de Rivierrombout. Voortplanten. Sterven. Lekker overzichtelijk. Weinig gedoe. Nou ja, behalve dat uitsluipen dan.
Rivierrombout (Stylurus flavipes), 13 juni 2026
Maak jouw eigen website met JouwWeb